Je bekijkt nu Rangorde bij Faillissement

Rangorde bij Faillissement

Wanneer een onderneming failliet gaat, ontstaat er een complexe situatie waarin de schuldeisers van de gefailleerde onderneming aanspraak maken op de nog beschikbare activa om hun vorderingen te voldoen. Hierbij speelt de rangorde van schuldeisers een belangrijke rol. De rangorde bepaalt de volgorde waarin de verschillende schuldeisers worden voldaan uit de opbrengst van de failliete boedel. In dit artikel zal ik specifiek ingaan op de rangorde bij faillissement in relatie tot de Belastingdienst en hoe dit in de praktijk uitwerkt.

Rangorde bij Faillissement: Een Overzicht

De rangorde bij faillissement is vastgelegd in de Faillissementswet, die bepaalt hoe de opbrengst van de failliete boedel wordt verdeeld onder de schuldeisers. Hierbij geldt een bepaalde volgorde waarin de schuldeisers worden voldaan. De Faillissementswet onderscheidt verschillende klassen van schuldeisers, die elk een bepaalde rangorde hebben. De verschillende klassen van schuldeisers zijn:

  1. Preferente schuldeisers: Dit zijn schuldeisers die een voorrangspositie hebben ten opzichte van de andere schuldeisers. Preferente schuldeisers worden als eerste voldaan uit de opbrengst van de failliete boedel. Hierbij gaat het om schuldeisers met een wettelijk voorrecht, zoals de Belastingdienst. Deze schuldeisers hebben voorrang op de andere schuldeisers en worden als eerste voldaan.
  2. Separatistenschuldeisers: Dit zijn schuldeisers die een recht van separatisme hebben. Dat betekent dat hun vordering losstaat van een faillissement zij op elk moment hun vordering mogen opeisen. Het gaat hierbij om een vordering op een specifiek goed dat als zekerheid is gesteld voor hun vordering. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om pand- en hypotheekhouders. Deze schuldeisers hebben een bepaalde voorrangspositie ten opzichte van de andere schuldeisers.
  3. Concurrente schuldeisers: Dit zijn schuldeisers zonder voorrang of recht van separatisme. Concurrente schuldeisers zijn de reguliere schuldeisers van de gefailleerde onderneming. Zij hebben geen voorrang op de andere schuldeisers en worden pas voldaan nadat de preferente schuldeisers en separatistenschuldeisers zijn voldaan.
  4. Achtergestelde schuldeisers: Dit zijn schuldeisers met een achtergestelde vordering. Achtergestelde schuldeisers hebben een lagere rangorde en worden pas voldaan nadat alle andere schuldeisers zijn voldaan. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om schuldeisers met een achtergestelde lening of achtergestelde obligaties.

Rangorde bij faillissement en de Belastingdienst

De Belastingdienst heeft een bijzondere positie als schuldeiser bij faillissementen. Als preferente schuldeiser heeft de Belastingdienst voorrang op andere concurrente schuldeisers. Dit betekent dat de Belastingdienst als eerste wordt voldaan uit het faillissementsvermogen, nog vóór de concurrente schuldeisers. De preferente positie van de Belastingdienst is vastgelegd in de wet en heeft verschillende juridische en praktische implicaties.

Gevolgen rangorde bij faillissement en de Belastingdienst

De rangorde bij faillissement in relatie tot de Belastingdienst heeft diverse juridische gevolgen. Enkele belangrijke juridische gevolgen zijn:

  1. Fiscaal bodemvoorrecht: De Belastingdienst heeft een fiscaal bodemvoorrecht, wat betekent dat zij als preferente schuldeiser voorrang heeft op andere concurrente schuldeisers, zelfs op schuldeisers met een ouder pand- of hypotheekrecht. Dit betekent dat de Belastingdienst als eerste wordt voldaan uit het faillissementsvermogen, nog vóór andere concurrente schuldeisers, zoals leveranciers en werknemers.
  2. Voorrang op bestuurdersaansprakelijkheid: Als er sprake is van bestuurdersaansprakelijkheid, bijvoorbeeld bij faillissement door onbehoorlijk bestuur, heeft de Belastingdienst als preferente schuldeiser voorrang op de vordering tot schadevergoeding tegen de bestuurders. Dit betekent dat de Belastingdienst als eerste wordt voldaan uit de opbrengst van de bestuurdersaansprakelijkheid, nog vóór andere concurrente schuldeisers.
  3. Beperkte verhaalsmogelijkheden voor concurrente schuldeisers: Door de preferente positie van de Belastingdienst kan het zijn dat er weinig of geen faillissementsvermogen overblijft voor de concurrente schuldeisers. Hierdoor hebben concurrente schuldeisers vaak beperkte verhaalsmogelijkheden en kunnen zij minder of zelfs niets ontvangen uit het faillissementsvermogen.

Conclusie

Bij faillissement en de betrokkenheid van de Belastingdienst speelt de rangorde en preferente positie van de Belastingdienst een belangrijke rol. De Belastingdienst heeft een fiscaal bodemvoorrecht, waardoor zij als preferente schuldeiser voorrang heeft op andere concurrente schuldeisers. Dit heeft juridische en praktische implicaties voor zowel de schuldenaar als de schuldeisers.

Geef een reactie