Je bekijkt nu Verrekening door de Belastingdienst

Verrekening door de Belastingdienst

Belastingzaken kunnen soms behoorlijk complex zijn. Eén van die complexe zaken is het verrekenen van een belastingteruggaaf met een belastingschuld. Het is belangrijk om te weten wanneer de Belastingdienst dit mag doen en onder welke voorwaarden. In dit artikel ga ik in op het onderwerp verrekening in algemene en bijzondere situaties met voorbeelden om het duidelijker te maken.

Wanneer mag de Belastingdienst verrekenen?

De Belastingdienst heeft het recht om een belastingteruggaaf te verrekenen met een belastingschuld. Dit betekent dat als iemand bijvoorbeeld een openstaande belastingschuld heeft van € 2.000,- en ook recht heeft op een belastingteruggaaf van € 1.000,-, de Belastingdienst de teruggaaf kan verrekenen met de schuld en het resterende bedrag van € 1.000,- zal uitbetalen.

Er zijn echter enkele voorwaarden waaraan moet worden voldaan voordat de Belastingdienst kan verrekenen:

  1. De belastingschuld moet definitief vaststaan. Dit betekent dat er geen bezwaar of beroep meer kan worden ingediend tegen de aanslag.
  2. Er moet een betalingsregeling zijn getroffen of een dwangbevel zijn uitgevaardigd om de belastingschuld te betalen.
  3. De belastingplichtige moet op de hoogte zijn gesteld van de verrekening. Dit gebeurt meestal via een brief van de Belastingdienst.

Wanneer mag de Belastingdienst niet verrekenen?

Er zijn enkele gevallen waarin de Belastingdienst niet mag verrekenen:

  1. Als de belastingteruggaaf betrekking heeft op een ander belastingjaar dan waarop de belastingschuld betrekking heeft. Bijvoorbeeld, als iemand een belastingschuld heeft van 2019 en een teruggaaf ontvangt voor 2020, kan de Belastingdienst niet verrekenen.
  2. Als de belastingteruggaaf betrekking heeft op een ander soort belasting dan waarop de belastingschuld betrekking heeft. Bijvoorbeeld, als iemand een belastingschuld heeft voor de inkomstenbelasting en een teruggaaf ontvangt voor de btw, kan de Belastingdienst niet verrekenen.
  3. Als de belastingteruggaaf betrekking heeft op een toeslag, zoals de huurtoeslag of zorgtoeslag. In dit geval mag de Belastingdienst de teruggaaf niet verrekenen met een belastingschuld.

Voorbeelden van verrekening

Stel dat iemand een openstaande belastingschuld heeft van € 5.000,- en recht heeft op een belastingteruggaaf van € 2.000,- voor hetzelfde belastingjaar. Als de Belastingdienst aan alle voorwaarden voldoet, kan de teruggaaf worden verrekend met de belastingschuld. In dit geval zou de persoon een resterende schuld van € 3.000,- overhouden die alsnog betaald moet worden.

Een ander voorbeeld is wanneer iemand een openstaande belastingschuld heeft van € 1.500,- en ook recht heeft op een belastingteruggaaf van € 1.000,- voor een ander belastingjaar. In dit geval mag de Belastingdienst de teruggaaf niet verrekenen met de belastingschuld omdat de teruggaaf betrekking heeft op een ander belastingjaar dan de schuld.

Verrekening bij fiscale eenheid vennootschapsbelasting

De ontvanger kan bedragen die verschuldigd zijn of uitbetaald moeten worden door verschillende onderdelen van een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting, met elkaar verrekenen. Dit kan alleen als deze bedragen tijdens het bestaan van de fiscale eenheid zijn ontstaan.

Als er sprake is van verliezen die na verbreking van de fiscale eenheid zijn ontstaan, dan kunnen deze teruggebracht worden naar de periode dat de fiscale eenheid nog bestond. Teruggaven die daaruit voortvloeien, kunnen worden verrekend met belastingschuld die tijdens het bestaan van de fiscale eenheid is ontstaan. Dit geldt ook als er wijzigingen in de samenstelling van de fiscale eenheid zijn geweest.

Als er verliezen zijn ontstaan tijdens het bestaan van de fiscale eenheid en deze worden teruggewenteld naar perioden voor het begin van de bestaansperiode, dan kunnen de teruggaven niet meer binnen de fiscale eenheid worden verrekend. Verrekening is echter nog wel mogelijk als het om dezelfde belastingschuldige gaat.

Als een dochtermaatschappij gedurende het boekjaar deel gaat uitmaken van een fiscale eenheid en de eenheid eindigt voor die dochtermaatschappij nog in datzelfde boekjaar, dan wordt er voor die dochtermaatschappij geen fiscale eenheid geacht te zijn ontstaan voor de tussenliggende periode. Hetzelfde geldt als een bestaande fiscale eenheid deel gaat uitmaken van een andere fiscale eenheid en nog in hetzelfde boekjaar daaruit wordt ontvoegd.

Verrekeningen die hebben plaatsgevonden tussen de voeging en ontvoeging van de fiscale eenheid blijven in beide gevallen geldig.

Geen verrekening bij instemming cessie of verpanding

Verrekening is niet toegestaan als de ontvanger akkoord gaat met de cessie (volgens artikel 3:94 BW) of stille verpanding (volgens artikel 3:239 BW) van het te ontvangen bedrag.

Als de ontvanger echter niet akkoord gaat, kan hij toch tot verrekening overgaan met openstaande schulden, zelfs als de cessie of verpanding aan hem is gemeld. De ontvanger kan het uit te betalen bedrag verrekenen met belastingschulden die openstaan op het moment dat het bedrag officieel wordt uitbetaald.

Bij openbare verpanding van een uit te betalen bedrag is er geen instemmingsregeling van toepassing.

Conclusie

Het verrekenen van een belastingteruggaaf met een belastingschuld kan een complex onderwerp zijn. Het is belangrijk om te weten wanneer de Belastingdienst wel of niet mag verrekenen en wat de voorwaarden zijn. Door op de hoogte te blijven van je belastingzaken en tijdig contact op te nemen met de Belastingdienst, kun je boetes en dwangbevelen voorkomen.

Geef een reactie