Je bekijkt nu Desinvesteringsbijtelling

Desinvesteringsbijtelling

Als u als ondernemer investeert in bedrijfsmiddelen, kunt u in sommige gevallen gebruikmaken van een investeringsaftrek. Dit is een fiscaal voordeel waarmee u een deel van de investeringskosten mag aftrekken van uw winst. Maar wat gebeurt er als u een bedrijfsmiddel waarvoor u investeringsaftrek hebt toegepast, binnen een bepaalde termijn weer verkoopt, schenkt of op een andere manier vervreemdt? Dan kan het zijn dat u een deel van de investeringsaftrek moet terugbetalen aan de Belastingdienst. Dit heet de desinvesteringsbijtelling. In dit artikel leg ik uit wat de desinvesteringsbijtelling inhoudt, wanneer deze van toepassing is en hoe u deze kunt berekenen.

Wat is de desinvesteringsbijtelling?

Er zijn drie soorten investeringsaftrek: de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA), de milieu-investeringsaftrek (MIA) en de energie-investeringsaftrek (EIA). Deze regelingen zijn bedoeld om ondernemers te stimuleren om te investeren in duurzame of innovatieve bedrijfsmiddelen.

De desinvesteringsbijtelling is een fiscale regeling die van toepassing is wanneer u als ondernemer een bedrijfsmiddel waarvoor u eerder investeringsaftrek heeft geclaimd, vervreemdt, buiten gebruik stelt, of naar privé verplaatst.

In dat geval moet u een bijtelling opnemen in uw fiscale winst, die wordt berekend als een percentage van het bedrag waarvoor u eerder investeringsaftrek heeft geclaimd. Met andere woorden, het is een manier voor de Belastingdienst om een deel van de eerder genoten investeringsaftrek terug te vorderen wanneer het betreffende bedrijfsmiddel niet langer wordt gebruikt voor de onderneming.

De desinvesteringsbijtelling heeft als doel om het gebruik van bedrijfsmiddelen te stimuleren en ervoor te zorgen dat de fiscale voordelen van investeringsaftrek alleen worden genoten wanneer bedrijfsmiddelen daadwerkelijk worden gebruikt voor de onderneming en niet worden verkocht of naar privé worden verplaatst.

Wanneer geldt de desinvesteringsbijtelling?

De desinvesteringsbijtelling geldt als u aan twee voorwaarden voldoet:

  • U vervreemdt het bedrijfsmiddel binnen vijf jaar na het begin van het kalenderjaar waarin u de investering hebt gedaan. Bijvoorbeeld: u koopt in juni 2020 een elektrische bestelbus voor € 40.000 en past daarvoor de MIA toe. U verkoopt deze bestelbus in maart 2024 voor € 20.000. Omdat dit binnen vijf jaar na 2020 is, moet u rekening houden met de desinvesteringsbijtelling.
  • De waarde van de vervreemde bedrijfsmiddelen is gezamenlijk hoger dan € 2.600 (tot en met 2022 was dit € 2.400). Bijvoorbeeld: u koopt in 2020 drie computers voor elk € 1.000 en past daarvoor de KIA toe. U verkoopt deze computers in 2023 voor elk € 900. Omdat de totale verkoopwaarde € 2.700 is, moet u rekening houden met de desinvesteringsbijtelling.

Er zijn ook situaties waarin de Belastingdienst het als vervreemding ziet, ook al verkoopt of schenkt u het bedrijfsmiddel niet. Dit zijn:

  • Het bestemmen van het bedrijfsmiddel voor verhuur (dit geldt alleen voor de KIA, niet voor de MIA of EIA).
  • Het overbrengen van het bedrijfsmiddel naar uw privévermogen.
  • Het niet binnen twaalf maanden na de investering in gebruik nemen van het bedrijfsmiddel en binnen die periode ook niet 25% van de aankoopprijs hebben betaald.
  • Het niet in gebruik nemen van het bedrijfsmiddel binnen drie jaar na het begin van het kalenderjaar waarin u de investering hebt gedaan.

Desinvesteringsbijtelling berekenen

Het bedrag van de desinvesteringsbijtelling is afhankelijk van het bedrag waarvoor u het bedrijfsmiddel hebt vervreemd. De bijtelling is echter nooit hoger dan het bedrag van de eerder gekregen aftrek. U neemt voor het bedrag dat u moet bijtellen hetzelfde percentage dat u bij de eerdere investeringsaftrek hebt toegepast.

Een voorbeeld: u koopt in 2020 een zonnepaneelinstallatie voor € 50.000 en past daarvoor de EIA toe. Het percentage van de EIA in 2020 was 45%, dus u hebt € 22.500 aan investeringsaftrek gekregen. U verkoopt deze installatie in 2023 voor € 30.000. U moet dan 45% van € 30.000, oftewel € 13.500, bij uw winst optellen als desinvesteringsbijtelling. Dit is lager dan het bedrag van de eerder gekregen aftrek, dus u hoeft niet meer terug te betalen dan u hebt ontvangen.

Voorwaarden desinvesteringsbijtelling

Er moeten aan een aantal voorwaarden worden voldaan voordat u desinvesteringsbijtelling moet toepassen. Deze voorwaarden zijn als volgt:

  1. Eerder investeringsaftrek geclaimd: U moet eerder investeringsaftrek hebben geclaimd voor het bedrijfsmiddel waarvoor u nu desinvesteert. Dit kan bijvoorbeeld de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA), de energie-investeringsaftrek (EIA), de milieu-investeringsaftrek (MIA) of de willekeurige afschrijving milieu-investeringen (Vamil) zijn.
  2. Desinvestering van het bedrijfsmiddel: Het bedrijfsmiddel waarvoor u eerder investeringsaftrek heeft geclaimd, moet nu worden vervreemd, buiten gebruik gesteld of naar privé verplaatst.

Als aan deze voorwaarden wordt voldaan, moet u de desinvesteringsbijtelling opnemen in uw fiscale winst in het jaar waarin de desinvestering plaatsvindt.

Hoe voorkomt u de bijtelling?

De desinvesteringsbijtelling is een manier om te voorkomen dat ondernemers misbruik maken van de investeringsaftrek door bedrijfsmiddelen snel weer te verkopen of weg te geven. Als u dit wilt voorkomen, kunt u het beste de volgende tips in acht nemen:

  • Investeer alleen in bedrijfsmiddelen die u voor langere tijd nodig hebt of wilt gebruiken.
  • Houd rekening met de termijn van vijf jaar en verkoop of schenk uw bedrijfsmiddelen pas na deze termijn, tenzij u een goede reden hebt om dit eerder te doen.
  • Let op de drempelwaarde van € 2.600 en probeer onder deze waarde te blijven als u meerdere bedrijfsmiddelen vervreemdt.
  • Neem uw bedrijfsmiddelen zo snel mogelijk in gebruik en betaal minstens 25% van de aankoopprijs binnen twaalf maanden na de investering.
  • Houd uw bedrijfsmiddelen in uw ondernemingsvermogen en verhuur ze niet aan anderen.

Conclusie

De desinvesteringsbijtelling is een fiscale regeling die van toepassing is wanneer u een bedrijfsmiddel desinvesteert waarvoor u eerder investeringsaftrek heeft geclaimd. Het is belangrijk om de termijn van vijf jaar goed in de gaten te houden en tijdig actie te ondernemen bij desinvesteringen. Daarnaast moet u de desinvesteringsbijtelling apart administreren in uw administratie en rekening houden met mogelijke samenloop met andere fiscale regelingen, zoals de herinvesteringsreserve. Het is aan te raden om bij complexe situaties of twijfel contact op te nemen met een fiscaal jurist of belastingadviseur om ervoor te zorgen dat u op de juiste manier gebruikmaakt van de desinvesteringsbijtelling en eventuele fiscale gevolgen op de juiste manier verwerkt in uw aangifte inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting.

Geef een reactie