Je bekijkt nu Afschrijving: Fiscaal & Commercieel

Afschrijving: Fiscaal & Commercieel

Als u een bedrijf heeft, dan heeft u waarschijnlijk ook bedrijfsmiddelen nodig om uw activiteiten uit te voeren. Denk bijvoorbeeld aan machines, computers, meubilair, auto’s of gebouwen. Deze bedrijfsmiddelen gaan niet eeuwig mee. Ze slijten door het gebruik, ze worden verouderd door de technologische ontwikkelingen of ze verliezen hun economische waarde door de marktomstandigheden. Daarom moet u rekening houden met de afschrijving van uw bedrijfsmiddelen.

In dit artikel leg ik uit wat afschrijving inhoudt, welke regels er gelden voor de fiscale en commerciële afschrijving en welke gevolgen dit heeft voor uw belasting. Ik geef ook enkele voorbeelden om het begrip afschrijving te verduidelijken.

Wat is afschrijving?

Afschrijving is een boekhoudkundige methode om de kosten van een bedrijfsmiddel te spreiden over de periode dat u het gebruikt. U schrijft dus niet in één keer het hele bedrag af, maar in delen. Zo kunt u de kosten van uw investeringen beter in verhouding brengen met de opbrengsten die u ermee genereert.

Om te kunnen afschrijven op een bedrijfsmiddel, moet u drie gegevens weten:

  • De aanschafkosten: dit zijn de kosten die u heeft gemaakt om het bedrijfsmiddel te kopen of te maken, inclusief eventuele bijkomende kosten zoals installatie, transport of btw (als u die niet kunt aftrekken als voorbelasting).
  • De restwaarde: dit is de waarde die het bedrijfsmiddel nog heeft op het moment dat u het niet meer gebruikt voor uw onderneming. Dit kan bijvoorbeeld de geschatte verkoopwaarde zijn of de sloopwaarde.
  • De vermoedelijke gebruiksduur: dit is de periode waarin u verwacht het bedrijfsmiddel te gebruiken voor uw onderneming. Dit kan afhangen van de technische levensduur (hoe lang het bedrijfsmiddel functioneert) of de economische levensduur (hoe lang het bedrijfsmiddel rendabel is).

Met deze gegevens kunt u de jaarlijkse afschrijving berekenen volgens de lineaire methode. Dit is de meest gebruikte methode, waarbij u elk jaar een vast percentage van de aanschafkosten minus de restwaarde afschrijft. De formule hiervoor is:

Afschrijving per jaar = (aanschafkosten – restwaarde) / vermoedelijke gebruiksduur

Wat is het verschil tussen fiscale en commerciële afschrijving?

Afschrijving heeft invloed op uw boekhouding en op uw belastingaangifte. U moet namelijk elk jaar een bedrag aan afschrijvingskosten aftrekken van uw omzet om uw winst te bepalen. Hoe hoger uw afschrijvingskosten zijn, hoe lager uw winst is en hoe minder belasting u betaalt.

Echter, voor de boekhouding en voor de belastingaangifte gelden niet altijd dezelfde regels voor afschrijving. U kunt dus te maken krijgen met twee soorten afschrijving: fiscale en commerciële.

Fiscale afschrijving is de afschrijving die u moet toepassen volgens de regels van de Belastingdienst. Deze regels zijn bedoeld om te voorkomen dat u te veel of te snel afschrijft en zo uw belastbare winst kunstmatig verlaagt. De fiscale afschrijving is daarom gebonden aan bepaalde maxima en beperkingen

Commerciële afschrijving is de afschrijving die u zelf bepaalt volgens uw eigen boekhoudkundige inzicht. Deze afschrijving hoeft niet per se overeen te komen met de fiscale afschrijving, zolang u maar een consistente en redelijke methode hanteert. De commerciële afschrijving is bedoeld om een getrouw beeld te geven van de werkelijke waardevermindering van uw bedrijfsmiddelen en de financiële positie van uw onderneming.

Het verschil tussen de fiscale en de commerciële afschrijving leidt tot een verschil tussen de fiscale en de commerciële winst. Dit verschil moet u verantwoorden in een zogenaamde fiscale winstberekening, die u als bijlage bij uw belastingaangifte moet voegen. Zo kan de Belastingdienst zien hoe u van uw commerciële winst naar uw fiscale winst bent gekomen.

Wat zijn de regels voor fiscale afschrijving?

De regels voor fiscale afschrijving zijn afhankelijk van het soort bedrijfsmiddel dat u wilt afschrijven. Er zijn drie categorieën van bedrijfsmiddelen waarvoor specifieke regels gelden: gebouwen, goodwill en immateriële activa, en overige bedrijfsmiddelen.

Gebouwen

Voor gebouwen geldt dat u maximaal 3% per jaar mag afschrijven op de aanschaf- of voortbrengingskosten, verminderd met de restwaarde. De restwaarde moet minimaal 50% van de aanschaf- of voortbrengingskosten zijn. U mag niet verder afschrijven dan tot de zogenaamde bodemwaarde. Dit is de waarde die het gebouw heeft voor de Belastingdienst, ongeacht de marktwaarde. De bodemwaarde is 50% van de WOZ-waarde voor gebouwen die u gebruikt voor uw onderneming, en 100% van de WOZ-waarde voor gebouwen die u verhuurt aan derden.

Goodwill en immateriële activa

Goodwill is het bedrag dat u betaalt voor een onderneming of een onderdeel daarvan bovenop de waarde van de afzonderlijke activa en passiva. Immateriële activa zijn niet-fysieke bedrijfsmiddelen, zoals vergunningen, octrooien, merken of software. Voor goodwill en immateriële activa geldt dat u maximaal 10% per jaar mag afschrijven op de aanschaf- of voortbrengingskosten. U mag niet verder afschrijven dan tot de restwaarde. De restwaarde is meestal nihil, tenzij u een redelijke schatting kunt maken van de opbrengst bij verkoop of beëindiging.

Overige bedrijfsmiddelen

Voor overige bedrijfsmiddelen, zoals machines, computers, meubilair of auto’s, geldt dat u maximaal 20% per jaar mag afschrijven op de aanschaf- of voortbrengingskosten, verminderd met de restwaarde. U mag niet verder afschrijven dan tot de restwaarde. De restwaarde is meestal nihil, tenzij u een redelijke schatting kunt maken van de opbrengst bij verkoop of beëindiging.

Er zijn echter enkele uitzonderingen op deze regel:

  • Voor personenauto’s (behalve taxi’s en zeer zuinige auto’s) geldt dat u maximaal 15% per jaar mag afschrijven.
  • Voor milieu-investeringen die voldoen aan bepaalde eisen (zoals zonnepanelen, windmolens of elektrische auto’s) kunt u gebruikmaken van de milieu-investeringsaftrek (MIA) of de willekeurige afschrijving milieu-investeringen (VAMIL). Met deze regelingen kunt u extra of sneller afschrijven en zo uw belastbare winst verlagen.
  • Voor kleinschalige investeringen die in aanmerking komen voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) kunt u gebruikmaken van de willekeurige afschrijving kleinschalige investeringen (WAKIA). Met deze regeling kunt u zelf bepalen hoeveel en wanneer u afschrijft, zolang u maar binnen vijf jaar het hele bedrag heeft afgeschreven.

Wat zijn de gevolgen voor de belasting?

Afschrijving heeft gevolgen voor de belasting die u moet betalen over uw winst. Door af te schrijven, verlaagt u uw winst en daarmee ook uw belastbare inkomen. Dit betekent dat u minder inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting hoeft te betalen.

Echter, afschrijving heeft ook een keerzijde. Als u een bedrijfsmiddel verkoopt of beëindigt, dan moet u de boekwaarde (de aanschaf- of voortbrengingskosten minus de afschrijving) vergelijken met de werkelijke opbrengst. Als de opbrengst hoger is dan de boekwaarde, dan heeft u een boekwinst gerealiseerd. Deze boekwinst moet u bij uw winst optellen en daarover belasting betalen. Als de opbrengst lager is dan de boekwaarde, dan heeft u een boekverlies geleden. Dit boekverlies mag u van uw winst aftrekken en zo uw belastbare inkomen verlagen.

Wat zijn enkele voorbeelden van afschrijving?

Om het begrip afschrijving te verduidelijken, geven we hier enkele voorbeelden van hoe u kunt afschrijven op verschillende soorten bedrijfsmiddelen.

Voorbeeld 1: Afschrijving op een machine

Stel dat u een machine koopt voor € 100.000 (inclusief btw, die u kunt aftrekken als voorbelasting). U verwacht dat de machine een restwaarde heeft van € 10.000 en dat u de machine 10 jaar kunt gebruiken voor uw onderneming. Hoe kunt u deze machine afschrijven?

Volgens de lineaire methode kunt u als volgt de jaarlijkse afschrijving berekenen:

Afschrijving per jaar = (€ 100.000 – € 10.000) / 10 = € 9.000

Dit betekent dat u elk jaar € 9.000 aan afschrijvingskosten mag aftrekken van uw omzet om uw winst te bepalen. Na 10 jaar heeft u de machine volledig afgeschreven tot de restwaarde van € 10.000.

Voorbeeld 2: Afschrijving op een auto

Stel dat u een personenauto koopt voor € 30.000 (inclusief btw, die u niet kunt aftrekken als voorbelasting). U verwacht dat de auto een restwaarde heeft van € 5.000 en dat u de auto 5 jaar kunt gebruiken voor uw onderneming. Hoe kunt u deze auto afschrijven?

Voor personenauto’s geldt dat u maximaal 15% per jaar mag afschrijven. Volgens de lineaire methode zou u als volgt de jaarlijkse afschrijving berekenen:

Afschrijving per jaar = (€ 30.000 – € 5.000) / 5 = € 5.000

Dit is echter meer dan 15% van € 30.000, dus dit mag niet volgens de fiscale regels. U moet dus het maximale percentage van 15% toepassen, wat neerkomt op:

Afschrijving per jaar = 15% x € 30.000 = € 4.500

Dit betekent dat u elk jaar € 4.500 aan afschrijvingskosten mag aftrekken van uw omzet om uw winst te bepalen. Na 5 jaar heeft u de auto nog niet volledig afgeschreven, want er blijft nog een boekwaarde over van:

Boekwaarde na 5 jaar = € 30.000 – (5 x € 4.500) = € 7.500

Als u de auto na 5 jaar verkoopt voor € 8.000, dan heeft u een boekwinst gemaakt van:

Boekwinst = € 8.000 – € 7.500 = € 500

Deze boekwinst moet u bij uw winst optellen en daarover belasting betalen.

Conclusie

Afschrijving is een belangrijk onderwerp voor ondernemers die investeren in bedrijfsmiddelen. Door af te schrijven, kunt u de kosten van uw investeringen verdelen over de periode dat u ze gebruikt en zo uw winst en uw belasting beïnvloeden.

Er zijn verschillende regels en methoden voor afschrijving, afhankelijk van het soort bedrijfsmiddel dat u wilt afschrijven en of u fiscale of commerciële afschrijving toepast. Het is daarom raadzaam om u goed te informeren over de mogelijkheden en de gevolgen van afschrijving voor uw onderneming.

Geef een reactie