Je bekijkt nu Boekwaarde: Fiscaal & Commercieel

Boekwaarde: Fiscaal & Commercieel

Als ondernemer heeft u bedrijfsmiddelen, zoals gebouwen, machines en octrooien. Deze bedrijfsmiddelen hebben een waarde op uw balans, die de boekwaarde wordt genoemd.

De boekwaarde kan verschillen voor fiscale en commerciële doeleinden. Dit heeft gevolgen voor uw belasting. In dit artikel leg ik uit wat de boekwaarde is, hoe u deze berekent en wat de verschillen zijn tussen de fiscale en commerciële boekwaarde. Ik geef ook voorbeelden om het begrip boekwaarde te verduidelijken. Zo krijgt u meer inzicht in de waarde van uw bedrijfsmiddelen en de belasting die daarbij hoort.

Wat is de boekwaarde van een bedrijfsmiddel?

De boekwaarde van een bedrijfsmiddel is de waarde die het bedrijfsmiddel heeft op de balans van een onderneming. Het is het verschil tussen de aanschafwaarde en de cumulatieve afschrijvingen van het bedrijfsmiddel. De boekwaarde geeft aan hoeveel het bedrijfsmiddel nog waard is voor de onderneming.

De boekwaarde kan verschillen voor fiscale en commerciële doeleinden. De fiscale boekwaarde is de waarde die gebruikt wordt voor de berekening van de belastbare winst en de vennootschapsbelasting. De commerciële boekwaarde is de waarde die gebruikt wordt voor de opstelling van de jaarrekening en het inzicht in het vermogen en het resultaat van de onderneming.

Fiscale boekwaarde

De fiscale boekwaarde is gebaseerd op het goed koopmansgebruik, dat wil zeggen dat de waardering van de bedrijfsmiddelen moet voldoen aan de eisen van redelijkheid, voorzichtigheid en bestendigheid. De fiscale waarde wordt bepaald door de aanschafwaarde te verminderen met de afschrijvingen die fiscaal zijn toegestaan.

De aanschafwaarde is de koopsom inclusief de aankoopkosten, zoals notariskosten, makelaarskosten en overdrachtsbelasting. Als de onderneming recht heeft op aftrek van btw, wordt de aanschafwaarde exclusief btw genomen. Als er geen recht is op aftrek van btw, wordt de aanschafwaarde inclusief btw genomen.

De afschrijvingen zijn afhankelijk van de gebruiksduur, de restwaarde en de bodemwaarde van het bedrijfsmiddel. De gebruiksduur is de periode waarin het bedrijfsmiddel naar verwachting economisch nut zal opleveren voor de onderneming. De restwaarde is de waarde die het bedrijfsmiddel nog heeft aan het einde van de gebruiksduur. De bodemwaarde is een fiscaal begrip dat aangeeft tot welke waarde er maximaal mag worden afgeschreven.

De bodemwaarde verschilt per soort bedrijfsmiddel. Voor gebouwen die worden verhuurd (ter belegging) is de bodemwaarde gelijk aan de WOZ-waarde. Voor gebouwen in eigen gebruik is de bodemwaarde 50% van de WOZ-waarde. Voor andere bedrijfsmiddelen, zoals machines, inventaris en vervoermiddelen, geldt meestal dat er geen bodemwaarde is en dat er tot nihil mag worden afgeschreven.

De jaarlijkse afschrijving wordt berekend door het verschil tussen de aanschafwaarde en de restwaarde te delen door de gebruiksduur. De jaarlijkse afschrijving mag echter niet groter zijn dan het verschil tussen de boekwaarde en de bodemwaarde. Als de boekwaarde gelijk is aan of lager dan de bodemwaarde, mag er niet meer worden afgeschreven.

Commerciële boekwaarde

De commerciële boekwaarde is gebaseerd op het inzicht in het vermogen en het resultaat van de onderneming. De commerciële waarde wordt bepaald door de aanschafwaarde te verminderen met de afschrijvingen die volgens bedrijfseconomische normen worden toegepast.

De aanschafwaarde is in principe gelijk aan die voor fiscale doeleinden, tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden, zoals subsidies, schenkingen of ruiltransacties. In dat geval kan er een lagere of hogere aanschafwaarde worden gehanteerd.

De afschrijvingen zijn afhankelijk van de gebruiksduur, de restwaarde en de actuele waarde van het bedrijfsmiddel. De gebruiksduur en de restwaarde zijn in principe gelijk aan die voor fiscale doeleinden, tenzij er aanleiding is om een andere schatting te maken. De actuele waarde is de waarde die het bedrijfsmiddel op de markt zou hebben op het moment van waardering.

De jaarlijkse afschrijving wordt berekend door het verschil tussen de aanschafwaarde en de restwaarde te delen door de gebruiksduur. De jaarlijkse afschrijving kan echter worden aangepast als de actuele waarde lager is dan de boekwaarde. In dat geval moet er een extra afschrijving worden gedaan om de boekwaarde in overeenstemming te brengen met de actuele waarde. Dit wordt ook wel een impairment of bijzondere waardevermindering genoemd.

Verschillen tussen fiscale en commerciële boekwaarde

De fiscale en commerciële boekwaarde kunnen dus verschillen door verschillende waarderingsgrondslagen, afschrijvingsmethoden en waarderingsmomenten. Dit kan leiden tot verschillen in het vermogen en het resultaat van de onderneming voor fiscale en commerciële doeleinden.

Een voorbeeld kan dit verduidelijken. Stel dat een onderneming een machine koopt voor € 100.000 exclusief btw. De machine heeft een gebruiksduur van 10 jaar, een restwaarde van € 10.000 en geen bodemwaarde. De machine wordt lineair afgeschreven. Na 5 jaar is de actuele waarde van de machine gedaald tot € 30.000.

De fiscale boekwaarde na 5 jaar is dan:

  • Aanschafwaarde: € 100.000
  • Afschrijving per jaar: (€ 100.000 – € 10.000) / 10 = € 9.000
  • Cumulatieve afschrijving na 5 jaar: 5 x € 9.000 = € 45.000
  • Fiscale waarde na 5 jaar: € 100.000 – € 45.000 = € 55.000

De commerciële waarde na 5 jaar is dan:

  • Aanschafwaarde: € 100.000
  • Afschrijving per jaar: (€ 100.000 – € 10.000) / 10 = € 9.000
  • Cumulatieve afschrijving na 5 jaar: 5 x € 9.000 = € 45.000
  • Actuele waarde na 5 jaar: € 30.000
  • Impairment na 5 jaar: € 55.000 – € 30.000 = € 25.000
  • Commerciële waarde na 5 jaar: € 100.000 – € 45.000 – € 25.000 = € 30.000

Het verschil tussen de fiscale en commerciële boekwaarde na 5 jaar is dus € 25.000.

Latente belastingvordering en belastingschuld

Het verschil tussen de fiscale en commerciële boekwaarde heeft gevolgen voor de belasting die de onderneming moet betalen of terugkrijgen.

Voor de vennootschapsbelasting wordt de belastbare winst berekend op basis van de fiscale boekwaarde en de fiscale afschrijvingen. Hoe lager de fiscale waarde en hoe hoger de fiscale afschrijvingen, hoe lager de belastbare winst en hoe minder belasting er betaald hoeft te worden.

Voor de inkomstenbelasting wordt de belastbare winst berekend op basis van de commerciële boekwaarde en de commerciële afschrijvingen, inclusief eventuele impairments. Hoe lager de commerciële waarde en hoe hoger de commerciële afschrijvingen, hoe lager de belastbare winst en hoe minder belasting er betaald hoeft te worden.

Het verschil tussen de fiscale en commerciële boekwaarde leidt dus tot een verschil tussen de belastbare winst voor de vennootschapsbelasting en de inkomstenbelasting. Dit verschil wordt ook wel een tijdelijk verschil genoemd, omdat het in de toekomst weer wordt opgeheven. Bijvoorbeeld, als de fiscale boekwaarde lager is dan de commerciële boekwaarde, betekent dit dat er in het huidige jaar minder vennootschapsbelasting wordt betaald, maar in latere jaren meer, omdat er dan minder kan worden afgeschreven.

Om dit verschil te verwerken in de jaarrekening, moet er een latente belastingvordering of een latente belastingschuld worden opgenomen. Een latente belastingvordering is een recht op toekomstige belastingteruggave als gevolg van een tijdelijk verschil. Een latente belastingschuld is een verplichting tot toekomstige belastingbetaling als gevolg van een tijdelijk verschil.

De berekening van de latente belastingvordering of -schuld is als volgt:

  • Latente belastingvordering = (commerciële boekwaarde – fiscale boekwaarde) x vennootschapsbelastingtarief
  • Latente belastingschuld = (fiscale boekwaarde – commerciële boekwaarde) x vennootschapsbelastingtarief

In ons voorbeeld is de fiscale boekwaarde na 5 jaar € 55.000 en de commerciële boekwaarde na 5 jaar € 30.000. Stel dat het vennootschapsbelastingtarief 25% is. Dan is de latente belastingschuld na 5 jaar:

  • Latente belastingschuld = (€ 55.000 – € 30.000) x 25% = € 6.250

Dit betekent dat de onderneming in de toekomst € 6.250 meer vennootschapsbelasting moet betalen als gevolg van het verschil tussen de fiscale en commerciële boekwaarde.

Conclusie

De boekwaarde van een bedrijfsmiddel is de waarde die het bedrijfsmiddel heeft op de balans van een onderneming. De waarde kan verschillen voor fiscale en commerciële doeleinden, afhankelijk van de waarderingsgrondslagen, afschrijvingsmethoden en waarderingsmomenten die worden toegepast.

Het verschil tussen de fiscale en commerciële boekwaarde heeft gevolgen voor de belasting die de onderneming moet betalen of terugkrijgen. Het verschil wordt ook wel een tijdelijk verschil genoemd, omdat het in de toekomst weer wordt opgeheven. Om dit verschil te verwerken in de jaarrekening, moet er een latente belastingvordering of -schuld worden opgenomen.

De boekwaarde is dus een belangrijk begrip voor ondernemers, omdat het invloed heeft op hun vermogen, resultaat en belasting. Het is daarom raadzaam om goed op de hoogte te zijn van de regels en mogelijkheden die gelden voor de waardering en afschrijving van bedrijfsmiddelen.

Geef een reactie